Gedachtenis


Download dit korte verhaal en twee andere gratis als e-book, na inschrijving op de nieuwsbrief.

Teder raakt Hendrik de schouder van zijn vrouw aan, ze ligt nog te slapen in een verrijdbaar eenpersoonsbed. ‘Anna, wakker worden. Ik ben het, Hendrik,’ fluistert hij in haar oor. Hij stapt voorzichtig iets achteruit. Zijn handen trillen een beetje.

Langzaam opent Anna haar ogen en kijkt Hendrik aan, haar blik is helder.

Opgelucht haalt hij adem, ze heeft een goede dag. ‘Ik heb wat meegebracht,’ roept hij terwijl hij alweer naar het halletje loopt. Hij komt terug met een verstevigde,  anderhalve meter grote vlag die aan twee kunststof klemmetjes is vastgemaakt aan een vlaggenstok. Hendrik strijkt er nog even langs met zijn rechterhand alsof hij wil controleren of het geheel goed vastzit. ‘Joost heeft me geholpen met de vlag, mijn handen zijn niet vast genoeg meer voor die priegelige klemmetjes.’

Met haar wandelstok duwt Anna haar pantoffels naar haar bed toe.  ‘Wil je dat ding uithangen? Ik ben geen koningin.’

Hendrik sloft naar het balkon, wat eerder een balustrade voor het raam is. Terwijl Hendrik de vlaggenstok in de houder steekt schreeuwt hij naar binnen, ‘je bent mijn koninginnetje,’ en geeft haar een knipoog.

‘Ach Hendrik toch,’ roept Anna terug, ‘als je me nu eens ten huwelijk vraagt.’

Meewarig kijkt Hendrik naar ‘Anna. ‘Elke dag schat, elke dag wil ik met je trouwen maar dat kunnen we maar één keer.’ Hij herinnert het zich goed. Elk detail ligt in zijn fotografische geheugen opgeslagen, dat in tegenstelling tot het geheugen van zijn vrouw. Tegenwoordig heeft haar geheugen meer overeenkomsten met een met bruidssluier overwoekert labyrint.

‘Ach, die gebochelde man met het draaiorgel,’ zegt Anna terwijl ze haar wandelstok laat vallen.

Hendrik schikt, ze herinnert zich die man nog, na alles wat ze vergeten is.

Ze raapt haar wandelstok op en schuifelt richting het balkon.

Met grote passen – waardoor Hendrik bijna struikelt – haalt hij Anna in en gaat voor haar staan. ‘Hoe zou ik die man kunnen vergeten. Het is een wonder dat die man nog iets voor je wilde draaien, Liefdesdroom Serenade.’

‘Ja, waarom was dat eigenlijk?’ vraagt Anna.

Niet dat de orgelman moeilijk te overtuigen was. Het bankbiljet wat Hendrik de orgelman toeschoof was overtuigend genoeg, maar Hendrik wilde Fats Domino, Bill Haley of Buddy Holly horen. De favorieten van Anna. De orgelman had meewarig zijn hoofd geschud en Twee motten van Dorus voorgesteld. Op zijn knieën gaan terwijl er een lofzang wordt afgestoken over twee motten? Hendrik had flink gespaard, extra diensten gedraaid en een zilveren verlovingsring gekocht. Op deze plein moest het gebeuren, de plek waar ze elkaar bij toeval hadden ontmoet. Het draaiorgel stond precies op dezelfde plek. Hij was laat voor zijn werk en Anna stond te luisteren naar het draaiorgel. Hendrik botste in zijn haast tegen Anna aan, waarna hij zich uitgebreid verontschuldigt heeft. Nu enkele jaren later was dit het moment. Hij was van plan om door de knieën te gaan en had muziek nodig, iets naar Anna’s smaak of in ieder geval iets romantisch. De man zette Liefdesdroom Serenade op, Anna schoot in de lach en zei volmondig ja.

Hij pakt zijn trolleytas, rijdt hem naar de fauteuil, gaat zitten en doet  de tas open.

‘Wat ga je doen?’ vraagt Anna nieuwsgierig.

‘Joost heeft me geassisteerd, het moet werken nu.’ Hij kijkt Anna aan, haar gezicht straalt. Het is absoluut een goede dag vandaag, of in ieder geval een goede ochtend. ‘Anna?’

‘Waar heb ik ze nu gelaten,’ mompelt Anna terwijl ze de laden van het dressoir begint te doorzoeken.

‘Wat zoek je?’ vraagt Hendrik.

‘Mijn, hoe heten ze ook alweer,’ antwoord Anna, ‘mijn autosleutels.’

‘Anna, je hebt geen auto. Je rijbewijs heb je moeten inleveren.’

‘In moeten leveren? Wat is dat voor onzin.’ Ze trekt de lade van haar nachtkastje eruit. ‘Heb je misschien mijn autosleutels gezien?’

Hendrik laat zich moedeloos in de fauteuil zakken maar bedenkt zich halverwege. ‘Je hebt geen auto meer Anna.’ In zijn gedachten dwaalt hij af naar hun huwelijksdag. Hij had een gloednieuwe Daffodil gekocht, die gelijk als trouwauto dienstdeed. Zijn broer als chauffeur hield de deur netjes open voor Anna, die zich op de achterbank samenvouwde. Hendrik ernaast.

‘Dit voelt niet helemaal goed,’ zei ze. Uiteindelijk moest Hendriks broer plaatsnemen op de achterbank terwijl zei het stuur in handen nam. Ruim achtenvijftig jaar heeft ze letterlijk en figuurlijk het stuur in handen gehad tot het niet meer ging.

Hendrik vindt het verschrikkelijk om zijn rots in de branding zo te zien afbrokkelen. Waar water de rotsen ogenschijnlijk nauwelijks doet slijten, wordt ze binnenin verteerd Net zoals binnensijpelend water rotsen oplost worden er gaten in haar grijze brij geslagen, tot op de dag wanneer het omhulsel onder zijn eigen gewicht instort. Twijfelend kijkt hij naar de trolleytas, pakt de tas beet, kijkt erin en legt even later de tas weer terug. ‘Ik ga even koffie halen.’

 Hendrik zal naar de dienstkamer van de verzorgers moeten. In Anna’s keukenblok hebben ze de waterkoker en het koffiezetapparaat weggehaald nadat ze hem had gebruikt om eieren te koken. Niet uit vindingrijkheid. Ze had tien eieren netjes op de rand van de waterkoker gebroken, het ei erin laten lopen en aangezet. Tien keer heeft ze hem aangezet.

Even later is hij terug met twee bakjes koffie en zet de kopjes op de tafel neer.

Anna wijst naar buiten. ‘Kijk ze hebben de vlag uitgehangen.’

Hendrik glimlacht en neemt een slok van zijn koffie. Bitter met een zoete nasmaak van de kristalsuiker. ‘Ik heb die vlag met een reden opgehangen.’ Hij graait in zijn tas en zet een draadloze speaker op tafel.

‘Waar is dat goed voor?’ vraagt Anna.

 ‘Het is met blauwtand. Bluetooth noemt Joost het, hij heeft me ermee geholpen.

Anna kijkt  gefascineerd van de speaker naar Hendrik. Ze heeft geen idee wat hij aan het doen is, maar het deert haar niet. Ze nipt aan haar koffie.

Hendrik pakt zijn leesbril, zet de speaker aan,  en begint over het beeldscherm van zijn smartphone te vegen. ‘Joost heeft er een app opgezet,’ waarbij hij app op zijn Nederlands uitspreekt. ‘Dit is wat ik je eenenzestig jaar geleden wilde laten horen, maar de orgeldraaier had deze nummers niet.’

Uit de speaker schalt Blueberry hill van Fats Domino.

Ergens lijkt er iets in Anna’s blik te veranderen. Alsof haar ogen in kristallen bollen zijn veranderd waarin je niet de toekomst ziet, maar het verleden herbeleeft.

Voorzichtig schuift Hendrik zijn stoel naar achteren en pakt Anna’s hand vast. Als twee houten klazen zwingen ze door de kamer. Het brengt Hendrik weer terug naar die ene dag. De orgeldraaier zette – nadat Anna ja had gezegd – alsnog Dorus op en dansend gingen ze over het plein, de toekomst lag voor hen, het geluk lachte hen toe. Hendrik staart in Anna’s ogen, groenig blauw zoals het smeltwater van gletsjers kan zijn, maar met de aangename warmte van een open haard.

Nog voordat het nummer voorbij is moet Hendrik zich gewonnen  geven en laat zich hijgend in de stoel vallen. ‘Eenenzestig jaar geleden, een van de mooiste momenten van mijn leven. Ik wou dat je het nog kan herinneren.’ Hendrik slaat de laatste slok koffie achterover en kijkt Anna nog eens goed aan. Wat is de tijd snel gegaan, en toch lijkt het alweer lang geleden, in een andere tijd.

‘Was het de mooiste dag van je leven?’ vraagt Anna.

‘De mooiste dag was de dag dat Joost geboren werd.’

Anna kijkt treurig uit haar ogen. Hendrik begrijpt het maar al te goed. Wat zijn herinneringen voor je als je ze niet meer kan herinneren? Het begon met het vergeten waarom ze in de supermarkt stond terwijl ze een brief moest posten en nu mogen ze zich nog gelukkig prijzen dat ze hem en haar zoon nog herkent. Weten dat je herinneringen zijn verweekt tot niets, alle hoogtepunten, alle diepe dalen. Het is alsof je er niet meer bent terwijl je nog rondloopt op deze aarde.

Hendrik draait zijn kopje rond op zijn schoteltje. ‘Het was ook de enige dag in mijn leven dat ik mij een antropoloog voelde op een andere planeet. Alsof ik een buitenaards wezen bestudeerde en uiteindelijk de conclusie moest trekken dat ik feitelijk wel begreep wat er daadwerkelijk gebeurde en tegelijkertijd geen flauw benul heb van wat er gebeurde. Een bevalling zou toch iets moois moeten zijn. Voor mij was het eerlijk gezegd onwerkelijk, alsof er natuurwetten getart werden. Joost lag nog maar net in mijn handen en ik was al die gedachten kwijt. Hij keek me aan en ik voelde een  deken van geluk, opluchting en zorgen over mij heenkomen.’

‘Zorgen?’

‘Vanaf dat moment was ik vader, ik had een verantwoordelijkheid. Wat zijn de rollen nu toch omgedraaid. Afgelopen woensdag kwam hij nog langs om te vragen of alles goed ging met mij.’

‘Waar heb ik ze nu gelaten?’ mompelt Anna. Met haar hand duwt ze wat fruit in de fruitschaal opzij. Een appel rolt over de tafel en valt met een klap op de grond.

‘Wat zoek je?’ vraagt Hendrik.

‘Mijn autosleutels.’

‘Anna, je hebt geen auto meer.’

‘Onzin, die grijsblauwe. Hoe heet hij ook alweer.’

‘Daffodil, die hebben we al ruim dertig jaar niet meer.’

‘Je vertelt mij ook nooit wat. Dat heb je zeker met Joost zitten bekokstoven.’

‘Wil je nog een kopje koffie?’ vraagt hij om van onderwerp te veranderen.

Ze knikt en trekt ondertussen de laden van het dressoir weer open en duwt de papieren in de la opzij.

Niet veel later komt Hendrik weer terug met twee kopjes koffie en legt de papieren weer terug in de la.

Anna staart ondertussen door het raam naar buiten.

‘Zie je iets?’ vraagt Hendrik terwijl hij naast Anna achter het raam gaat staan. ‘De koffie wordt koud.’

De bittere smaak van de veel te goedkope koffie verdoezelt hij met een extra zakje suiker. Anna was thuis niet meer te houden. Twee keer is ze ’s nachts het huis uitgegaan in haar nachtjapon. Binnen een week tijd. Het is verbazingwekkend dat ze niet onderkoeld is geraakt. De tweede keer is ze gevallen en heeft ze op de koude betontegels gelegen totdat de politie haar vond. Meer dan achtenvijftig jaar samen en dat was opeens over. Anna kon binnen een week terecht in dit verzorgingstehuis. Alsof ze er niet meer was heeft Anton de eerste nacht roerloos aan de rand van het bed gezeten. Geen zin om op te staan, geen zin om te gaan liggen. Vandaag heeft hij het gevoel om even het verleden te kunnen proeven, het zelfs een beetje aan te raken. Het gevoel dat ze weer even samen zijn. Alsof de toekomst nog voor ze ligt. Er ligt altijd een toekomst voor je, hoe kort dan ook, maar soms is het fijn om te genieten van wat is geweest. Hendrik kijkt uit het raam en steekt zijn duim op naar iemand op straat. ‘Ik hoop dat dit een herinnering tevoorschijn haalt of in ieder geval een glimlach.’

Anna staart hem vragend aan en kijkt even later weer naar haar kopje.

Vanaf de straat klinkt het geluid van een benzinemotor die pruttelend aanslaat en langzaam op toeren komt.

‘Gaan ze nu ook al op zondag klussen?’ vraagt Anna verbaast. Alsof Hendrik het antwoord weet.

 Hij neemt Anna bij haar arm naar het balkon. ‘Ga maar kijken, je zult het zien.’

Op dat moment begint het draaiorgel te spelen. Liefdesdroom serenade.

‘Fats Domino hebben ze nog steeds niet,’ moppert Hendrik en geeft haar een knipoog. ‘Zestig jaar is zo voorbij gevlogen.’ Hij denkt iets van herkenning te zien in Anna’s ogen. Nee, hij weet het zeker.

Anna stapt het balkon op en recht haar rug. Als een koningin zwaait ze naar de orgeldraaier en wat nieuwsgierige passanten. Haar ogen stralen als de dag dat Hendrik haar ten huwelijk vroeg. Ze draait haar hoofd naar hem toe. ‘Fijne huwelijksdag Hendrik.’

Ze herinnerd het zich. ‘Fijne huwelijksdag Anna.’


Meer korte verhalen…

Nieuwsbrief
Wil je geen kort verhaal meer missen? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief.

Steun mijn schrijfwerk
Vind je dit verhaal leuk? Je kan mij steunen door een kop koffie voor mij te betalen via PayPal of creditcard.